Certificeringen

Om rijlessen als instructeur te mogen geven heeft de instructeur een certificering nodig van de Wet rijonderricht motorrijtuigen. Verder is het belangrijk om een BOVAG-certificaat in het bezit te hebben, dit is van belang voor de leerlingen van de rijscholen. Wanneer een leerling een lessenpakket heeft betaald, en door omstandigheden kunnen de lessen niet worden gegeven door uw rijschool, dan kan er aanspraak worden gemaakt op de BOVAG. Hierdoor worden de overige lessen, die niet zijn gegeven, door een rijschool, die bij BOVAG is aangesloten, ingevuld.



Met de WRM stelt het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) hogere eisen aan de examinering en bijscholing van rijinstructeurs. Het doel is om de rijinstructie te verbeteren en daarmee het aantal verkeersongelukken te verminderen. Op 1 juni 2009 is de nieuwe WRM ingegaan. Dit heeft gevolgen voor de instructeursexamens en het geldig houden van een WRM-certificaat.

Wanneer heeft iemand een WRM-certificaat nodig?
  • wanneer de instructeur rijles geeft aan leerlingen zonder rijbewijs.
  • wanneer de instructeur instructie geeft aan rijbewijsbezitters, bijvoorbeeld in rijvaardigheidstrainingen, voortgezette rijopleidingen, dit geldt vanaf 1 juni 2014.
  • wanneer de instructeur rijles geeft aan motorrijders, BROEM-cursussen of trainingen HNR.
Elke rijinstructeur heeft een WRM-certificaat nodig dat vijf jaar geldig is. Na deze vijf jaar moet de instructeur een bijscholing volgen. De bijscholingsverplichting voor vijf jaar is:
  • twee keer een praktijk-rijles. Hierbij is een begeleider van het IBKI aanwezig, die de rijlessen beoordeelt. De tweede keer moet voldoende zijn. Er is een herkansing mogelijk.
  • drie dagen theoriecursussen. Hierbij doet de instructeur geen examen, maar aanwezigheid is wel verplicht.
Het is belangrijk dat vóór de verloopdatum de verplichte WRM-bijscholing wordt gevolgd. Anders verlengt IBKI de bevoegdheid niet.